Kapitaliseren op je Eigenschappen

Om het verschil te maken, uit jezelf te halen wat erin zit, blijvend indruk te maken op de mensen om je heen en niet in de laatste plaats op jezelf, is er tijd nodig om te kapitaliseren op je eigenschappen. Jij alleen hebt deze  unieke set aan eigenschappen, gecombineerd met ervaringen die alleen jij hebt meegemaakt. Wat zou je daar allemaal nog meer mee kunnen, als je er aandacht aan besteedt?

Deze aandacht is er in het repetitielokaal. De plaats waar acteurs alles uit het leven halen dat erin zit.

 

Nu ben ik

In de wervelwind aan informatie die op ons afkomt en de turbulentie van de waan van de dag, kan alleen een moment van stilstaan leiden tot het kiezen van een richting.
Ga ik nog steeds waar ik heen wil?

 

“Nu ben ik alleen,” zegt Hamlet, een van Shakespeares beroemdste toneelpersonages.
Dan volgt een monoloog waarin Hamlet hardop met zichzelf spreekt en zijn gedachten en gevoelens probeert te ordenen.
Hij verbaast zich erover dat de acteur die hij net heeft zien spelen, zoveel meer gevoel toont, dan waartoe hij zelf in staat is. En hij vraagt zich vertwijfeld af waarom hij zelf niet bij machte is aan zoveel beleving expressie te geven en waarom hij niet in staat is tot handelen te komen, terwijl zijn situatie daar alle aanleiding toe geeft. Hij gelooft immers dat zijn vader, de oude koning, is vermoord door diens broer: Claudius, nu de nieuwe koning en nieuwe echtgenoot van Hamlets moeder.

Het is een herkenbaar moment: ‘nu ben ik alleen’. Een moment waarop je – al dan niet door omstandigheden gedwongen – pas op de plaats maakt, het stof van de waan van de dag laat neerdalen en tot je door laat dringen waar je bent. Waar je vandaan komt. En je afvraagt wat er nog voor je ligt. Wat er nog voor je kan liggen.

Wat doe je?
Door in de stroom der dingen? Voldoen aan wat het leven, zoals dat nu zijn gang gaat, van je vraagt?
Geven. Aan je gezin. Je bedrijf. Je klanten. Je medewerkers. Je baas. Je vrienden.
Of even stilstaan.

Nu ben ik.
Nu ik.

Meer mogelijkheden

Hamlet zegt in zijn monoloog: de acteur laat zoveel beter zien wat ik voel dan ik dat zelf doe.

Ik denk dat we in het dagelijks leven misschien 20-30% van onze expressiemogelijkheden gebruiken voor alle dagelijkse dingen die we doen (praten, eten, werken, reizen, opvoeden, ontspannen), binnen de kaders zoals mensen ons hebben leren kennen.  We doen ‘gewoon’. En hebben geleerd dat ‘onszelf zijn’ te noemen.
Maar er zit meer in het vat.

Geen acteur, wel acteursvaardigheden

Niet iedereen is een acteur (*zie footertekst hij = zij) en het gaat niet altijd om grote gevoelens of grote gebaren, maar een acteur is zijn/haar eigen instrument en we beschikken allemaal over dat instrument: lichaam, geest, voorstellingsvermogen, expressie, gedachten en emoties. We maken er alleen minder gebruik van dan een acteur.

For many people the word drama is connected with theatre. There is a difference. Drama is a personal experience and theatre is communicating the experience to others.1

1bron: “Strategic approaches for Human Capital Management and Development in a Turbulent Economy”; de Pablos, Tennyson, p.6

We maken allemaal gebruik van acteursvaardigheden om betekenis te geven, dingen tot je door te laten dringen, te incasseren, vorm te geven aan wat je meemaakt. Waar een acteur geleerd heeft om dit zonder schroom ten tonele te voeren, nodigt het dagelijks leven ons uit tot vermijden, inhouden, uitstellen, 100x hetzelfde meemaken tot het niet anders meer kan dan dat je er iets mee doet.
Waarin een acteur zich onderscheidt van het handelen van anderen, is de intensiteit. Een speler laat niets passeren. Elke situatie, elk woord, elke scène, elk gebaar draagt betekenis. Zet iets in beweging: het gemoed of de gedachten. Is een motorisch moment of een moment voor zelfreflectie, een monoloog.
De acteur in een rol beweegt zich in ingedikte tijd en is zich bewust van de betekenis van alles van wat de ander zegt of doet. Is zich bewust van wat voor en achter hem/haar ligt.

Van die scherpte, dat bewustzijn over het moment, het doordrongen zijn van de betekenis van de situatie en van de eigen rol daarin, en daaraan vervolgens uiting geven, kunnen we in het dagelijks leven nog veel meer gebruik maken dan die 20-30%.
Elke keuze draagt een wereld in zich. In de waan van de dag strooien we al handelend rijkelijk met keuzes, nemen we afslagen, steken we kruispunten over. Op welke manier draagt het bij aan waar we heen willen (voor de acteur: de ontwikkeling van het stuk) en wie we willen zijn (voor de acteur: de vormgeving van zijn personage)?

Het vermogen vorm te geven, te voelen, betekenis te verlenen en jezelf beschikbaar te maken voor wat er op je weg komt, zijn ingrediënten voor ‘nu ben ik alleen’-momenten. Momenten waarop je werkt aan hernieuwd contact met wie je bent, hoe je jezelf vormgeeft in alle verschillende situaties waar je mee te maken hebt en waar je naartoe wilt.

De context binnen drama is fictief, de situatie verschilt van de werkelijkheid, maar het handelen, de gedachten en gevoelens zijn ‘realiteit’. Dit zijn reële gevoelens binnen een fictieve context.2

2 opleiding creatieve therapie, drama

Nu of nooit

Erik Erikson, psycholoog, beschreef verschillende stadia die mensen doorlopen in hun psychosociale ontwikkeling vanaf hun geboorte tot aan hun dood.
Zeker in het begin van ons leven, houdt die ontwikkeling verband met motorische ontwikkeling en ontwikkeling van de hersenen.
Inspirerend is dat hij niet is gestopt bij de leeftijd van 21, maar ook voor de levensfasen daarna ontwikkelperspectieven heeft geformuleerd.

Voor de vroege volwassenheid (20-30 jaar) zet hij het opbouwen van wederkerige intieme relaties centraal. Hier past een heel scala aan communicatieve en expressieve vaardigheden bij, dat te ontwikkelen valt.

Voor de middelbare volwassenheid (30-65 jaar) noemt hij als levenstaak: openstaan voor verandering. Je kunt de taak volbrengen of niet. De taak niet op je nemen, noemt hij stagnatie. De taak volbrengen noemt hij generativiteit. Het zorgen voor nalatenschap, voor geboorte, – niet per se nageslacht, ook in creatieve zin – is de ontwikkelingstaak die je in deze fase op je kunt nemen.

Stephen Covey, (The seven habits of highly effective people) haakt daarop in met zijn credo ‘begin met het eind in gedachten’. Zo nodigt hij ons uit na te denken over wat we willen dat er over ons gezegd wordt als we dood zijn. Wie deze vraag krijgt, zal niet snel antwoorden met: “Ik wil herinnerd worden door het saldo van mijn bankrekening.” Geconfronteerd met het eind van ons leven, willen we graag dat duidelijk wordt dat mensen ons echt hebben gezien. Dat we herkend en erkend zijn in wie we zijn. Onze eigenschappen, kwaliteiten en handelingen, waarmee we onze nabije wereld hebben verrast, verblijd, verrijkt, geïnnoveerd.

De wens alles al te kunnen en iets nieuws in één keer goed te doen, is dodelijk. Brengt niets nieuws voort. Is het einde van creatie.

Om meer dan 30% van je innerlijke en uiterlijke expressie te benutten, om de levenstaak ‘openstaan voor verandering’ vorm te geven, is experimenteren en onderzoek de noodzakelijke en opwindende voorwaarde.
Ervaring is niet noodzakelijk. Lef en verlangen wel. Samen met een gezonde dosis nieuwsgierigheid.

“You have to be willing to seek”
Pharell Williams in gesprek met een studente.

Repetitielokaal van de acteur: vrijplaats voor experiment

 

Prepare for life

Een acteur repeteert. Bereidt zich voor op de rol die hij heeft en de situaties waarin zijn personage terecht komt.
Voor alles wat er in je leven gebeurt, kun je gebruik maken van het repertoire dat je hebt ontwikkeld. Met de vaardigheden waar een acteur gebruik van maakt, kun je dat repertoire uitbreiden en toerusten voor situaties die nog niet klaar zijn voor de première, voor rollen die je nog niet beheerst, nog niet hebt uitgediept of nog niet scherp kan vormgeven.

Er zijn veel middelen die een acteur tot zijn beschikking heeft, veel wegen om naar Rome te komen. Een proeverij:

 

an actor prepares

 

 

 

 

 

 

Repeteren

Een acteur bereidt zich voor.

Op de rol die hij heeft. Hij zorgt dat hij de rol kent, begrijpt en dat die hem past als een jas die hij aan kan trekken op het moment dat het nodig is. Hij zoekt en vindt in zichzelf de mogelijkheden om de gevraagde rol authentiek en geloofwaardig te vertolken.
Hij weet wat hij wil zeggen en wat hij wil bereiken en de scènes die hij speelt. Hij weet wat hij in zijn rol belangrijk vindt en welke dingen niet in zijn belang zijn.
Hij bereidt zich voor op de repetities. Elke dag in het repetitielokaal onderzoekt hij, ontdekt hij, verlegt hij grenzen, op zoek naar de betekenis en vorm van zijn rol.

Als je denkt aan je eigen leven. Welke rollen heb je? Ken je ze allemaal even goed? Ken je van elke rol het belang? Speel je elke rol optimaal? Ontdek je elke keer weer iets nieuws binnen de rol(len)? Weet je hoe je overkomt in elke rol?

 

Een ontwikkeling doormaken

Een ontwikkeling doormaken is key business voor acteurs. Voorstellingen duren zo’n anderhalf uur. Als het om klassieke stukken gaat het dubbele. Binnen deze tijd slagen personages erin een transformatie door te maken. Hun leven verandert, zij veranderen mee. In de tijd die het stuk duurt, stuwen ze het plot voort, die verandering mogelijk maakt.
Ook improvisatie-acteurs (impro-acteurs) kennen het belang van een ontwikkeling. Zij weten de transformatietijd zelfs in te korten tot enkele minuten.

Hoe is het met jouw transformatievermogen? Met jouw stuwkracht waarmee je op zoek bent naar het grootste vliegwieleffect om je leven een wending te geven?

 

 

someday fall in love

 

Dingen uitspreken

Saint Joan

Hier spreekt Jeanne d’Arc tot mensen van de kerk, die zeggen dat zij door de duivel bezeten is. Jeanne d’Arc voerde als vrouw in oorlogen de troepen aan. In het stuk van Shaw hoort ze stemmen, die zij verklaart als stemmen die afkomstig zijn van (engelen van) God. Shaw denkt dat haar geest deze stemmen voor haar creëerde om haar in een mannenmaatschappij het aanzien en de mogelijkheid te geven haar leiderschap te tonen en kwaliteiten in te zetten.
In die tijd betekende zoiets als een persoonlijke godsdienst, waarbij je je eigen invulling geeft aan wat god voor je betekent, verzet tegen de instituties: de kerk. Jeanne/Joan werd door de Inquisitie onder druk gezet afstand te doen van haar geloof in de goddelijke stemmen die ze hoort. Er is maar één instituut dat namens god mag spreken en dat is de kerk. Een jonge monnik haalt Joan over het papier te tekenen waarop ze staat dat ze er afstand van doet, zodat ze niet op de brandstapel terecht zal komen. Op een zwak moment en door de band die ze voelt met deze betrokken monnik, tekent Joan. Wat ze zich niet realiseert is dat ze evengoed nog veroordeeld wordt tot levenslange gevangenschap waarbij ze de beproeving van water en brood moet doorstaan.
Twijfelend en met moeite heeft ze het papier getekend, dat wil zeggen: een kruisje gezet bij haar namen, want lezen en schrijven kan ze niet. Dan wil ze weg, maar wordt ze tegengehouden en hoort ze het vonnis van levenslange gevangenschap. En spreekt ze zich uit.

Acteurs in theaterstukken, films of in improvisaties weten wat het is om je uit te spreken. Ze kunnen met iets rondlopen, situaties laten sluimeren, geheimen hebben; ergens in de ontwikkeling van het verhaal komt altijd een moment dat ze op tafel leggen waar het ze om gaat. Dat kan alleen als ze goed in contact zijn met wat ze echt bezig houdt en wat werkelijk van belang voor ze is. Het kan als het belang om zich uit te spreken groter is geworden dan het belang om dingen geheim te houden of voor zich te houden, bijvoorbeeld omwille van de lieve vrede. Soms laten ze zich daarbij beïnvloeden door druk of omstandigheden van buitenaf. Soms ontstaat de behoefte zich uit te spreken van binnenuit. In alle gevallen vinden ze de woorden, de beleving, het gedrag om zichtbaar te maken waar het ze op dat moment om gaat.

Hoe vaak spreek jij je  uit? En wanneer? En repeteer je dat vooraf? Zodat je weet en voelt wat je gaat zeggen? Hoe je het wilt zeggen? Hoe je bij jezelf kunt blijven? Hoe je je kwetsbaar op kunt stellen zonder ten onder te gaan? Hoe je de ander kunt laten merken wat belangrijk voor je is. Hoe je compassie, meeleven en inleving oproept?

 

Monoloog interieur

Prachtig verbeeldt deze Disney film wat we allemaal kennen: het gesprek in je hoofd, dat je niet hardop deelt met anderen. Als je er tijd en aandacht voor neemt, ontdek je dat het geen grote monoloog is van jezelf, maar kun je verschillende personages onderscheiden. Verschillende kleuren en rollen in jezelf.

Personages in het theater kennen momenten waarop zij hardop praten zonder dat er andere personages bij zijn. Of zij keren zich tot het publiek, dat een inkijk krijgt in hun gedachten en gevoelens, zonder dat andere personages kunnen meeluisteren. In deze zogenoemde monoloog interieur, verhouden ze zich tot de wereld, tot zichzelf. Ze bekennen zich tot zichzelf. Ze zien iets onder ogen, kijken terug of vooruit. Niet zelden zijn het reflecties die leiden tot een keuze, een motorisch moment.

Drie Zusters

Hoe vaak neem je tijd voor een gesprek met jezelf? Niet wat gepraat tussendoor, maar de tijd om te verwoorden waar het leven voor jou om draait? Om tot de essentie te komen. Of tot een keuze. Om te weten waar je staat en waar je heen gaat?

 

Monoloog

 

Het personage mag uitpraten. Geen dialoog, maar een moment om de persoon helemaal uit te luisteren. Het personage doet dat meestal op een autonoom moment. Vanuit interne gedrevenheid. Los van hoe de omgeving reageert of vermoedelijk zal reageren. Het hele verhaal. Dat wat gezegd moet worden.

Wanneer zeg jij wat gezegd moet worden? Herinner je je het memorabele moment waarop je alles zei wat je ten diepste wilde? Wat precies zo gezegd moest worden en niet anders?

Dialoog

Acteurs kennen alle geheimen van de dialoog. Gesprekken tussen twee mensen. Ze weten alles van intenties. Van verbaal en non-verbaal. Van wat gezegd wordt en wat niet. Acteurs zijn getraind in het luisteren en voelen tussen de regels door. Ze persen elke druppel betekenis uit een gesprek om te begrijpen wat er gaande is.

Hoe zijn jouw dialogen? Hoe goed kun je luisteren? Hoe ver reikt je begrip van welke informatie er wordt uitgewisseld tussen jou en de ander? En wat daarin je rol is?

 

 

Subtekst

 

subtekst

Subtekst hoort bij praten als ademen bij leven. Acteurs besteden bij het voorbereiden van hun rol meer tijd aan de subtekst dan aan de tekst. In de subtekst ligt meer van de identiteit van het personage dan in wat hardop wordt gezegd. 1 vgl. de ‘linkerkolom‘ Chris Argyris In de subtekst bevinden zich de gedachten en gevoelens. De levensgeschiedenis, waarden, normen, het perspectief. Alles wat ten grondslag ligt aan handelen en spreken.

Ken je je eigen subtekst? Zo goed dat je in iedere situatie weet waar het je echt om te doen is? Herken je de subtekst van de ander?

 

Perspectief

‘In de huid kruipen van’ begint met de bereidheid het perspectief van de ander in te willen nemen. Acteurs maken zich vrij om het perspectief van het personage in te nemen en te weten wat het personage ziet en wat dat voor betekenis heeft. Ze leggen elke keer weer de weg af van gedrag dat van henzelf is naar gedrag dat nog niet van henzelf is. Van projectie naar identificatie.
Het doorgronden van het andere perspectief helpt te verklaren hoe het personage zich gedraagt en zal gedragen.

‘Verplaats je eens in mij!’ Is dat ooit tegen je gezegd? Of heb je het misschien zelf wel eens gedacht of gezegd? De wens begrepen en erkend te worden is groot. Het vermogen van perspectief te wisselen helpt.

 

boat-land-perspective12

 

 

 

Cat-Lurking-in-Corner-Stalking-Bird

 

Motorisch moment

Weten wanneer je in actie moet komen. Daarover gaat het motorisch moment. Het moment: ‘nu!’ Nu moet ik opstaan, want ik kan niet langer blijven zitten. Nu moet ik zijn hand pakken, anders loopt hij weg. Nu moet ik mijn hand opsteken, want ik wil echt aan het woord komen. Nu moet ik wegkijken, anders denkt hij dat ik iets met hem wil. Nu moet ik koffie gaan halen, want als ik blijf, word ik boos. Nu moet ik naar voren buigen en ‘nee’ zeggen, voordat de druk op mij nog meer wordt opgevoerd. Nu moet ik mijn armen spreiden en laten zien dat ik bereid ben hem te ontvangen. Nu is het tijd een handreiking te doen omdat het anders nooit meer goed komt. Motorische momenten.

Herken je motorische momenten? Het beste moment om in actie te komen? Of herken je ze meestal achteraf? Bent je goed genoeg afgestemd op jezelf en de omgeving om te weten wat het moment ‘nu’ het meest nodig heeft?

 

Stemgebruik en -expressie

Met je stem kun je veel verschillende dingen. Je stemgebruik en de manier waarop je klinkt, heeft veel invloed op hoe je overkomt. Iemand die daarover bevlogen kan vertellen is Elizabeth Ebbink.

 

 

Lichaamsbewustzijn en -expressie

Wat voor je stem geldt, geldt ook voor je lichaam.

 

 

 

healthy_postures_03

 

Recht op het kruispunt af

Acteurs doen wat je in het gewone leven vaak vermijdt: recht op de problemen afgaan. Het conflict opzoeken. De moeilijke gevoelens onder ogen zien en doorleven. Afwijzing incasseren. Knopen doorhakken.

Wat ligt er bij jou te sluimeren, wachtend op een beslissing? Welke gevoelens heb je al lange tijd vermeden, terwijl je weet dat ze je iets relevants te vertellen hebben? Welke knoop begint te verharden door het uitblijven van je besluit? Welk onbenut potentieel voel je al een tijdje, zonder dat je er nog gehoor aan hebt kunnen geven?

 

 

 

 

Rol

‘Doen alsof ‘ roept snel allergie op en het spelen van een rol vatten mensen vaak op als iets  doen wat ‘onecht’ is.

Het aannemen van een rol is echter normaler dan we ons realiseren. Zodra je wordt geboren, krijg je de rol van ‘zoon of dochter van …’ en  de mensen uit wie je bent geboren krijgen de rol van vader en moeder. Vader, moeder en kind spelen de rol niet, maar geven de rol wel vorm.
Het aannemen van een rol is niet doen alsof. Het is bewustzijn hebben over welk deel van jezelf je beschikbaar maakt voor wat je te doen hebt.

Dat het belangrijk is  rollen te onderscheiden, merk je als er grenzen ontbreken. Als je leidinggevende al te vriendschappelijk wordt, dan wordt het voeren van je beoordelingsgesprek er niet altijd makkelijker op. Als ouders niet de rol van volwassene pakken, maar zelf kind willen zijn, kan hun kind met zijn verlangens en behoeften in de verdrukking komen.

Er zijn veel momenten waarop we (al dan niet bewust) verwachten dat de ander zijn rol aanneemt. Als je een familielid aan de zorgen van een arts toevertrouwt, wil je ervan op aan kunnen dat hij alles doet wat hij als arts moet doen en zich niet als de persoon gedraagt die de avond tevoren een vrijgezellenfeestje heeft gevierd en nog niet helemaal is ontnuchterd.  Als je de politie belt omdat er in je huis is ingebroken, wil je dat de agent zijn rol als politiefunctionaris goed uitvoert en geen spullen in zijn zak stopt die niet van hem zijn. Als je je auto naar de garage brengt, wil je graag dat een bekwame monteur hem maakt en niet een lollige oom die graag geintjes uithaalt. Als iemand van een begrafenisonderneming op bezoek komt in verband met het overlijden van een familielid, verwacht je een passende houding en geen marktkoopman die van zijn laatste kisten af moet (‘wie maakt me los’).

clown

Op een rol ben je aanspreekbaar. Een rol kun je aannemen en afleggen. Je kunt van rol wisselen. Een rol die veel voorkomt, kun je helemaal op je eigen manier invullen, zodat jij uniek bent in die rol. En een rol biedt veiligheid: duidelijke herkenbaarheid voor jezelf en de ander en de mogelijkheid om na je werk ‘je kostuum’ uit te trekken.

Wat voorbeelden

De vrijheid van de rol

Hij werkt bij de gemeente en heeft verschillende beleidsonderdelen in zijn portefeuille waardoor hij voor lokale bedrijven een belangrijke persoon is. Zo nu en dan zijn er bijeenkomsten waar de lokale bedrijven en andere stakeholders aanwezig zijn.
“Eigenlijk zou ik daarbij moeten zijn,” zegt hij, “om mijn gezicht te laten zien en te vertellen wat ik doe en waarvoor ze bij mij kunnen aankloppen.” Aan zijn gezicht is duidelijk te zien dat hij er niet erg naar uitkijkt. “Dat klopt,” zegt hij. “Als ik daar rond moet lopen, voel ik me net een puber op een schoolfeest. Ik weet niet wat ik daar moet doen en zeggen. Het liefst zou ik naar huis gaan.”
Als ik suggereer dat hij er niet ‘als zichzelf’ heen moet gaan maar in zijn rol van functionaris, kijkt hij nieuwsgierig. De puber hoort inderdaad niet op die bijeenkomst, dat is een andere rol en samen bouwen we aan de rol van de persoon die de gemeente vertegenwoordigt. Als we de contouren hebben geschetst, proberen we verschillende dingen uit net zolang tot hij met een grote lach de rol weet neer te zetten. De puberjongen blijft thuis, hier komt de professional!

 Aanspreekbaar op de rol

Niets zo vervelend als wanneer een klantenservicemedewerker niet ingaat op je zorgen, want ‘wij zijn ook afhankelijk van de leverancier’, ‘de afdeling die daarover gaat, heeft nog niet gereageerd’, ‘ik hoop dat u ons ook kunt begrijpen’

Duidelijkheid over de rol-relatie geeft veiligheid (ouder – kind, bakker – klant, leidinggevende – medewerker, arts – patiënt, advocaat – cliënt). Niet aanspreekbaar zijn in de rol of een mismatch in verwachtingen, leidt tot pijn, klachtenprocedures of het afdwingen van aanspreekbaarheid bij de rechter.

Ik zeg wel eens tegen mijn kinderen, als die zuchten bij mijn opmerkzaamheid en waarschuwingen: “Ik ben je moeder. Je hebt er recht op dat ik je bescherm en daarover aan je hoofd zeur.” Dat wordt meestal met goedmoedig gebrom beantwoord.
Loes

Goede redenen om rolbewustzijn te creëren. Niet alleen wie ben ik, maar wie ben ik in deze rol?

 De veiligheid van de rol

Ik zeg dat ik me uiteengezet heb met “Het Lijden der Mensheid” (ik griezel nog steeds van die grote woorden). Maar dat is het toch eigenlijk niet. Ik voel me veeleer een klein slagveld, waar de vragen of een enkele vraag van deze tijd uitgevochten wordt. Het enige wat je kunt doen, is je deemoedig ter beschikking te stellen en jezelf tot slagveld laten maken. die vragen moeten toch een onderdak hebben, moeten toch een plek vinden, waar ze kunnen strijden en tot rust komen (-).
Etty Hillesum, 15 juni 1941

Ik wil de kroniekschrijfster worden van veel dingen uit deze tijd. (-) Ik geloof soms dat ik een taak heb. Alles wat er om me heen gebeurt moet in mijn hoofd tot klaarheid gedacht worden en later door mij beschreven worden.
Etty Hillesum, 13 augustus 1941

Etty Hillesum zocht in de Tweede Wereldoorlog, die zij niet overleefde (Auschwitz, 30 november 1943), naar een manier om vorm te geven aan alles wat ze meemaakte.
Een rol is vorm geven. Haar wens kroniekschrijfster te worden, haar gevoel dat ze een taak had om alles zo een plaats te geven, hielp haar niet volledig meegesleurd te worden in verwarring en ontzetting.

Het uitspreken van je rol kan veiligheid geven. ‘Ik ben nu even advocaat van de duivel’ geeft je ruimte om kritisch te zijn om de zaak scherp te stellen. Door deze roldefinitie af te geven, worden anderen niet overvallen en word je kritiek voor anderen makkelijker te plaatsen.

criminal-barristers

Aannemen, afleggen, rolwissel

Het groepje zorgverleners zit met serieuze gezichten aan tafel als de werkdruk ter sprake komt. Los van alle taken die gedaan moeten worden, de tijdsdruk (zorghandelingen = codes = financiering = geld) die er is, de kwaliteitseisen die er zijn (hygiëneregels, inspectiebezoek, medicatieregels en ook nog belevingsgericht werken), voelen ze ook de kritiek van familieleden van bewoners in hun verpleeghuis. Familie wil het beste voor hun vader of moeder, dat snappen de zorgverleners heel goed, maar ze voelen de druk van kritisch gevolgd worden, familieleden die foto’s maken van de stofvlokken die net toevallig die dag in de hoek van de kamer liggen, de vergeten steunkous, de niet vervangen batterijen van de hoortoestellen.
De leidinggevende vindt dat er ‘professioneler’ gewerkt moet worden. Maar waar laten ze dan dat rotgevoel dat het lijkt alsof ze het nooit goed doen en het nooit genoeg is?

Als we er verder op ingaan, blijkt dat de gevoelens niet alleen op het werk worden veroorzaakt, maar in de thuissituatie al een bodempje hebben gelegd. Dat trekt een wissel op het incasseringsvermogen.
We kijken naar de rol. Wie komt er ‘s ochtends of ‘s middags (tweede dienst) binnen? Welk deel hoort eigenlijk nog thuis en past niet in de jas die je aantrekt als je je werk gaat doen?
En als er een klacht komt of iemand moppert, of een bewoner heeft een slechte bui, wie vangt dat dan op? Liever niet degene die straks als vader of moeder de voordeur weer binnenstapt.

Het is even onwennig: zijn we nu een kunstje aan het doen? Maar al snel voelt het bevrijdend om de professionele rol vorm te geven. Want binnen die rol hoef je je niet alles persoonlijk aan te trekken. Je maakt wel gebruik van je beleving, je betekenisgeving, je gevoel, maar je vangt het op binnen de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de rol die je hebt. En naar bewoners en hun familie is dat ook weer een andere kant van de professionele rol, dan wanneer je als medewerker bij je leidinggevende binnen stapt. Dan kan het heel bevrijdend zijn als je je leidinggevende in zijn rol aanspreekt en kan vertellen wat je nodig hebt om goed te kunnen werken.

‘Loslaten’ is een veel gegeven advies, maar niet makkelijk uit te voeren. Van rol wisselen is concreet. Als ik binnenkom ben ik de verzorgende. Als ik de deur uitga, leg ik die rol af en word ik klant als ik nog even een boodschapje doe, dochter als ik nog even langs mijn moeder ga, partner als ik mijn geliefde zie, moeder als de kinderen me komen begroeten.

Soms krijgen mensen een rol opgedrongen. De rol van gepest kind, bijvoorbeeld, is een rol waar je niet voor kiest. En het valt niet mee om je daaraan te onttrekken. Een prachtige rolwissel vindt voor de ogen van een groot publiek plaats, als een jongen die de rol van gepest kind heeft gekregen, vorm geeft aan een zelfgekozen rol: de rol van zanger.