Repetitielokaal van de acteur – vrijplaats voor experiment

Prepare for life

Een acteur repeteert. Bereidt zich voor op de rol die hij heeft en de situaties waarin zijn personage terecht komt.
Voor alles wat er in je leven gebeurt, kun je gebruik maken van het repertoire dat je hebt ontwikkeld. Met de vaardigheden waar een acteur gebruik van maakt, kun je dat repertoire uitbreiden en toerusten voor situaties die nog niet klaar zijn voor de première, voor rollen die je nog niet beheerst, nog niet hebt uitgediept of nog niet scherp kan vormgeven.

Er zijn veel middelen die een acteur tot zijn beschikking heeft, veel wegen om naar Rome te komen. Een proeverij:

Repeteren

Een acteur bereidt zich voor.

Op de rol die hij heeft. Hij zorgt dat hij de rol kent, begrijpt en dat die hem past als een jas die hij aan kan trekken op het moment dat het nodig is. Hij zoekt en vindt in zichzelf de mogelijkheden om de gevraagde rol authentiek en geloofwaardig te vertolken.
Hij weet wat hij wil zeggen en wat hij wil bereiken en de scènes die hij speelt. Hij weet wat hij in zijn rol belangrijk vindt en welke dingen niet in zijn belang zijn.
Hij bereidt zich voor op de repetities. Elke dag in het repetitielokaal onderzoekt hij, ontdekt hij, verlegt hij grenzen, op zoek naar de betekenis en vorm van zijn rol.

Als je denkt aan je eigen leven. Welke rollen heb je? Ken je ze allemaal even goed? Ken je van elke rol het belang? Speel je elke rol optimaal? Ontdek je elke keer weer iets nieuws binnen de rol(len)? Weet je hoe je overkomt in elke rol?

 

Een ontwikkeling doormaken

Een ontwikkeling doormaken is key business voor acteurs. Voorstellingen duren zo’n anderhalf uur. Als het om klassieke stukken gaat het dubbele. Binnen deze tijd slagen personages erin een transformatie door te maken. Hun leven verandert, zij veranderen mee. In de tijd die het stuk duurt, stuwen ze het plot voort, die verandering mogelijk maakt.
Ook improvisatie-acteurs (impro-acteurs) kennen het belang van een ontwikkeling. Zij weten de transformatietijd zelfs in te korten tot enkele minuten.

Hoe is het met jouw transformatievermogen? Met jouw stuwkracht waarmee je op zoek bent naar het grootste vliegwieleffect om je leven een wending te geven?

Saint Joan

Hier spreekt Jeanne d’Arc tot mensen van de kerk, die zeggen dat zij door de duivel bezeten is. Jeanne d’Arc voerde als vrouw in oorlogen de troepen aan. In het stuk van Shaw hoort ze stemmen, die zij verklaart als stemmen die afkomstig zijn van (engelen van) God. Shaw denkt dat haar geest deze stemmen voor haar creëerde om haar in een mannenmaatschappij het aanzien en de mogelijkheid te geven haar leiderschap te tonen en kwaliteiten in te zetten.
In die tijd betekende zoiets als een persoonlijke godsdienst, waarbij je je eigen invulling geeft aan wat god voor je betekent, verzet tegen de instituties: de kerk. Jeanne/Joan werd door de Inquisitie onder druk gezet afstand te doen van haar geloof in de goddelijke stemmen die ze hoort. Er is maar één instituut dat namens god mag spreken en dat is de kerk. Een jonge monnik haalt Joan over het papier te tekenen waarop ze staat dat ze er afstand van doet, zodat ze niet op de brandstapel terecht zal komen. Op een zwak moment en door de band die ze voelt met deze betrokken monnik, tekent Joan. Wat ze zich niet realiseert is dat ze evengoed nog veroordeeld wordt tot levenslange gevangenschap waarbij ze de beproeving van water en brood moet doorstaan.
Twijfelend en met moeite heeft ze het papier getekend, dat wil zeggen: een kruisje gezet bij haar namen, want lezen en schrijven kan ze niet. Dan wil ze weg, maar wordt ze tegengehouden en hoort ze het vonnis van levenslange gevangenschap. En spreekt ze zich uit.

Acteurs in theaterstukken, films of in improvisaties weten wat het is om je uit te spreken. Ze kunnen met iets rondlopen, situaties laten sluimeren, geheimen hebben; ergens in de ontwikkeling van het verhaal komt altijd een moment dat ze op tafel leggen waar het ze om gaat. Dat kan alleen als ze goed in contact zijn met wat ze echt bezig houdt en wat werkelijk van belang voor ze is. Het kan als het belang om zich uit te spreken groter is geworden dan het belang om dingen geheim te houden of voor zich te houden, bijvoorbeeld omwille van de lieve vrede. Soms laten ze zich daarbij beïnvloeden door druk of omstandigheden van buitenaf. Soms ontstaat de behoefte zich uit te spreken van binnenuit. In alle gevallen vinden ze de woorden, de beleving, het gedrag om zichtbaar te maken waar het ze op dat moment om gaat.

Hoe vaak spreek jij je  uit? En wanneer? En repeteer je dat vooraf? Zodat je weet en voelt wat je gaat zeggen? Hoe je het wilt zeggen? Hoe je bij jezelf kunt blijven? Hoe je je kwetsbaar op kunt stellen zonder ten onder te gaan? Hoe je de ander kunt laten merken wat belangrijk voor je is. Hoe je compassie, meeleven en inleving oproept?

Prachtig verbeeldt deze Disney film wat we allemaal kennen: het gesprek in je hoofd, dat je niet hardop deelt met anderen. Als je er tijd en aandacht voor neemt, ontdek je dat het geen grote monoloog is van jezelf, maar kun je verschillende personages onderscheiden. Verschillende kleuren en rollen in jezelf.

Personages in het theater kennen momenten waarop zij hardop praten zonder dat er andere personages bij zijn. Of zij keren zich tot het publiek, dat een inkijk krijgt in hun gedachten en gevoelens, zonder dat andere personages kunnen meeluisteren. In deze zogenoemde monoloog interieur, verhouden ze zich tot de wereld, tot zichzelf. Ze bekennen zich tot zichzelf. Ze zien iets onder ogen, kijken terug of vooruit. Niet zelden zijn het reflecties die leiden tot een keuze, een motorisch moment.

Hoe vaak neem je tijd voor een gesprek met jezelf? Niet wat gepraat tussendoor, maar de tijd om te verwoorden waar het leven voor jou om draait? Om tot de essentie te komen. Of tot een keuze. Om te weten waar je staat en waar je heen gaat?

Monoloog

Het personage mag uitpraten. Geen dialoog, maar een moment om de persoon helemaal uit te luisteren. Het personage doet dat meestal op een autonoom moment. Vanuit interne gedrevenheid. Los van hoe de omgeving reageert of vermoedelijk zal reageren. Het hele verhaal. Dat wat gezegd moet worden.

Wanneer zeg jij wat gezegd moet worden? Herinner je je het memorabele moment waarop je alles zei wat je ten diepste wilde? Wat precies zo gezegd moest worden en niet anders?

 

Dialoog

Acteurs kennen alle geheimen van de dialoog. Gesprekken tussen twee mensen. Ze weten alles van intenties. Van verbaal en non-verbaal. Van wat gezegd wordt en wat niet. Acteurs zijn getraind in het luisteren en voelen tussen de regels door. Ze persen elke druppel betekenis uit een gesprek om te begrijpen wat er gaande is.

Hoe zijn jouw dialogen? Hoe goed kun je luisteren? Hoe ver reikt je begrip van welke informatie er wordt uitgewisseld tussen jou en de ander? En wat daarin je rol is?

Subtekst

Subtekst hoort bij praten als ademen bij leven. Acteurs besteden bij het voorbereiden van hun rol meer tijd aan de subtekst dan aan de tekst. In de subtekst ligt meer van de identiteit van het personage dan in wat hardop wordt gezegd. 1 vgl. de ‘linkerkolom‘ Chris Argyris In de subtekst bevinden zich de gedachten en gevoelens. De levensgeschiedenis, waarden, normen, het perspectief. Alles wat ten grondslag ligt aan handelen en spreken.

Ken je je eigen subtekst? Zo goed dat je in iedere situatie weet waar het je echt om te doen is? Herken je de subtekst van de ander?

Perspectief

‘In de huid kruipen van’ begint met de bereidheid het perspectief van de ander in te willen nemen. Acteurs maken zich vrij om het perspectief van het personage in te nemen en te weten wat het personage ziet en wat dat voor betekenis heeft. Ze leggen elke keer weer de weg af van gedrag dat van henzelf is naar gedrag dat nog niet van henzelf is. Van projectie naar identificatie.
Het doorgronden van het andere perspectief helpt te verklaren hoe het personage zich gedraagt en zal gedragen.

‘Verplaats je eens in mij!’ Is dat ooit tegen je gezegd? Of heb je het misschien zelf wel eens gedacht of gezegd? De wens begrepen en erkend te worden is groot. Het vermogen van perspectief te wisselen helpt.

 

Motorisch moment

Weten wanneer je in actie moet komen. Daarover gaat het motorisch moment. Het moment: ‘nu!’ Nu moet ik opstaan, want ik kan niet langer blijven zitten. Nu moet ik zijn hand pakken, anders loopt hij weg. Nu moet ik mijn hand opsteken, want ik wil echt aan het woord komen. Nu moet ik wegkijken, anders denkt hij dat ik iets met hem wil. Nu moet ik koffie gaan halen, want als ik blijf, word ik boos. Nu moet ik naar voren buigen en ‘nee’ zeggen, voordat de druk op mij nog meer wordt opgevoerd. Nu moet ik mijn armen spreiden en laten zien dat ik bereid ben hem te ontvangen. Nu is het tijd een handreiking te doen omdat het anders nooit meer goed komt. Motorische momenten.

Herken je motorische momenten? Het beste moment om in actie te komen? Of herken je ze meestal achteraf? Bent je goed genoeg afgestemd op jezelf en de omgeving om te weten wat het moment ‘nu’ het meest nodig heeft?

 

Stemgebruik en -expressie

Met je stem kun je veel verschillende dingen. Je stemgebruik en de manier waarop je klinkt, heeft veel invloed op hoe je overkomt. Iemand die daarover bevlogen kan vertellen is Elizabeth Ebbink.

Lichaamsbewustzijn en -expressie

Wat voor je stem geldt, geldt ook voor je lichaam.

Recht op het kruispunt af

Acteurs doen wat je in het gewone leven vaak vermijdt: recht op de problemen afgaan. Het conflict opzoeken. De moeilijke gevoelens onder ogen zien en doorleven. Afwijzing incasseren. Knopen doorhakken.

Wat ligt er bij jou te sluimeren, wachtend op een beslissing? Welke gevoelens heb je al lange tijd vermeden, terwijl je weet dat ze je iets relevants te vertellen hebben? Welke knoop begint te verharden door het uitblijven van je besluit? Welk onbenut potentieel voel je al een tijdje, zonder dat je er nog gehoor aan hebt kunnen geven?