Testbewijzen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de verspreiding van het SARSCoV-2-virus zoveel mogelijk te belemmeren en dat de tijdelijke inzet van een bewijs van een negatieve testuitslag voor het virus SARS-CoV-2 kan bijdragen aan het verantwoord openen of geopend houden van onderdelen van de samenleving;

Tijdelijke wet testbewijzen covid-19

Zo opent de voorgestelde wijziging in de Wet publieke gezondheid, t.w. ‘Tijdelijke wet testbewijzen covid-19’.
De wet wil regelen dat je – om toegang te krijgen tot bepaalde voorzieningen of activiteiten – een negatief testbewijs of een bewijs van vaccinatie tegen covid-19 moet laten zien.
Dat dat indruist tegen o.a. de grondwet, daarvan is men zich bewust, zo blijkt uit de toelichtingstekst:

“Het verplichten van een testbewijs raakt grondrechten, waaronder het recht op lichamelijke integriteit en het recht op privacy. Voor een beperking van deze rechten door de overheid is een wettelijke basis vereist.”

Net als eerder kiest de overheid er voor om niet de grondwet te eren – een wet die voorziet in rechten en bescherming, juist in tijden dat het moeilijk wordt – de overheid kiest er opnieuw voor een nieuwe noodwet te maken om de grondwet buiten werking te stellen.
De keuze daartoe wordt gemotiveerd door, ik parafraseer: ‘we weten dat het naar is, maar we doen het voor ‘the greater good’. Wat the greater good is, is ter beoordeling aan de overheid.

Advies Gezondheidsraad

De keuze voor een testbewijs wordt toegelicht in het zogenaamde ‘Afwegings- en toetsingskader’ (2.1 in de toelichting bij het wetsvoorstel).
“Op 17 december 2020 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de Gezondheidsraad om advies gevraagd over de voorwaarden waaronder een testbewijs ethisch en juridisch verantwoord kan worden ingezet bij het verstrekken van toegang tot onderwijsinstellingen, sociale gelegenheden zoals horeca, uitgaansgelegenheden of (sport)evenementen.’

De Gezondheidsraad heeft vervolgens gesteld:
“Alleen wanneer aan alle voorwaarden wordt voldaan, is volgens de Gezondheidsraad de inzet van testbewijzen in een specifieke voorziening te overwegen. Die voorwaarden zijn:
a. testbewijzen moeten noodzakelijk en effectief zijn om de samenleving te heropenen en tegelijkertijd virusverspreiding terug te dringen;
b. testbewijzen moeten de minst ingrijpende maatregel zijn om de doelstelling te bereiken;
c. testbewijzen moeten een proportionele maatregel zijn. Dat wil zeggen dat de gevolgen van het moeten tonen van een testbewijs in verhouding staan tot het doel dat daarmee wordt nagestreefd;
d. potentiële schadelijke effecten van de maatregel moeten worden geminimaliseerd;
e. iedereen moet gelijke (financiële) toegang hebben tot testmogelijkheden en testbewijzen;
f. het beleid mag niet tot discriminatie leiden; er moet zorgvuldig en in overeenstemming met de privacywetgeving worden omgegaan met de (bijzondere) persoonsgegevens van de houder van het testbewijs;
h. het beleid moet vanaf het begin periodiek worden gemonitord en geëvalueerd;
i. het beleid moet helder en begrijpelijk worden uitgelegd aan de bevolking.
De context waarin testbewijzen worden overwogen, bepaalt in belangrijke mate of aan de voorwaarden wordt voldaan. De Gezondheidsraad benadrukt dat deze context dynamisch is. Dat betekent dat testbewijzen op het ene moment wel en later niet meer goed verdedigbaar kunnen zijn.

Niet-essentieel

De overheid zegt hierop:
“Het advies van de Gezondheidsraad is overgenomen. Ten eerste door in het wetsvoorstel de sectoren te bepalen waarin testbewijzen kunnen worden ingezet, te weten niet-essentiële sectoren en eventueel delen van het onderwijs. Bij deze selectie is het afwegingskader gebruikt.”

“Testbewijzen kunnen vrijheden teruggeven, maar degene die geen testbewijs kan of wil tonen, wordt juist in zijn vrijheden beperkt. De Gezondheidsraad maakt hierbij onder andere onderscheid naar de mate waarin een sector als essentieel is aan te merken.”

De overheid bepaalt dus niet alleen of de situatie ernstig genoeg is om deze wet te activeren en de grondwet terzijde te schuiven, zodat er om testbewijzen kan worden gevraagd. Ze bepaalt ook wat wel en niet essentieel voor ons is.

“Het wetsvoorstel maakt de inzet van testbewijzen uitsluitend mogelijk op de volgende terreinen: sport- en jeugdactiviteiten, culturele instellingen, evenementen, restaurants en overige horeca, een en ander met inbegrip van locaties waar sprake is van doorstroom van het publiek.”

Dus voor iedereen die werkt in deze sectoren: je werk is niet essentieel.
En voor iedereen die zingeving, dagbesteding of welzijn haalt uit deze activiteiten: de overheid vindt het belangrijker dat je naar de supermarkt, de drankwinkel, de snoepwinkel en de friteskraam kan.
De overheid beslist hoe je mag rouwen en met wie, hoe je mag vieren en met wie, waar je mag zijn en met wie en tot hoe laat. En bepaalt of het zinvol en noodzakelijk is om betekenis aan je leven te geven door een concert te horen, naar een schilderij te kijken, een film of voorstelling te zien, verhalen te delen, het onuitspreekbare vertolkt te zien worden in dans, sportwedstrijden te spelen of uit eten te gaan met vrienden of familie.
Het wordt niet-essentieel geacht. En als je er dan zo nodig heen wil, moet je niet emmeren over lichamelijke integriteit, privacy, het recht op familieleven of het belang van mentaal welbevinden. Dan laat je je testen, je laat je registreren, je laat je vaccineren of op andere wijze screenen. Niet op hart- en vaatziekten, obesitas, kanker of andere narigheid. Alleen op een ziekte die voor piekbelasting zorgt in het ziekenhuis. De rest is uitstelziekte. Die gespreid plaatsvindt. Zonder piek. Zonder tv-camera’s aan de frontlinie.

Last but not least, heeft de overheid besloten het mbo en hoger onderwijs onder te brengen bij de niet-essentiële sectoren. Opdat ook daar testbewijzen kunnen worden ingevoerd. Uiteraard voor the greater good.
Dus, ben je bezig met je studie om een waardevolle bijdrage te leveren aan onze maatschappij: je bent niet-essentieel. Tenzij je bewijst dat je niet ziek bent, mag je het onderwijs niet volgen op een manier die we decennialang normaal vonden: live tussen peers. Dat is nu een voorrecht voor mensen die aantonen dat ze geen piekbelasting in ziekenhuizen veroorzaken.

Deze wet is open voor internetconsultatie.
https://www.internetconsultatie.nl/wetsvoorsteltestbewijzen
Wat doe jij?
Laat je je horen?
Of vind je het niet-essentieel?

Liked this post? Follow this blog to get more.