Wijsheid

Een scène op Tweede Pinksterdag.

Hij is mijn ex. Hij komt nog wat cd’s halen.
Ik zie hem in mijn ruimte en wil hem eruit hebben.
Hij zegt dat hij nog spullen hier heeft liggen en dat hij er recht op heeft hier te zijn. Ik vind zijn aanwezigheid onverdraaglijk, maar hij claimt hem met alles wat hij doet. Woorden, gebaren, blikken.
Hij is ruim een kop groter dan ik. Breder. Sterker.
Ik duw hem en hij blijft staan.
Zijn blik vol ironie vertelt me dat ik niets teweegbreng.
Zwakkeling.
Ik duw nog een keer en wil hem slaan. Mijn hand raakt hem nauwelijks, de openstaande keukendeur naast ons des te meer.
De toeschouwers aan de kant voelen de pijn. Het korte moment: een hand tegen de deur, zo hard: dit is de werkelijkheid die de spelwerkelijkheid binnenkomt.
Gaan we door of stoppen we is slechts een fractie van een seconde een overweging.
Ik voel de pijn en roep tegen ‘mijn ex’ in woede en wanhoop: ‘Altijd als ik jou pijn wil doen, doe ik mezelf pijn! Altijd!’

Het is deze zin die de avond bij me blijft.
En de ochtend bij het opstaan.
Het is een werkelijkheid die de spelwerkelijkheid binnenkomt.
Het is de spelwerkelijkheid die me van waarheid bewust maakt, die in de werkelijkheid meestal onder water blijft.

Ik speel dus ik leer.

Liked this post? Follow this blog to get more.