Tofu

Wat? Tofu?

Nee, deze post gaat niet over soja. Ik wilde het woord ‘fout’, fout schrijven, husselde de letters en kwam op tofu. En toen was ‘fout’ ineens weer prima.

Fouten maken mag.  Ja, ja.

Ja, ja. Die relativering leveren onze hersenen vanzelf aan, als iemand welgemeend zegt dat je fouten mag maken, bijvoorbeeld in een training of workshop.
Niet zo vreemd ook, als even later ‘tips en tops’ worden uitgereikt. Tips: wat gaat er goed? Tops: wat kan er beter.
Goed veronderstelt dat er ook een foute variant is. En als er iets beter kan dan was het daarvoor blijkbaar minder goed.

Afschrikwekkend

Vandaag vond ik het velletje papier dat hierboven staat afgebeeld. Dat er tegen fouten streng moest worden opgetreden zat er goed in, toen ik dit schreef – ik schat in de laatste klas van de basisschool.Een beetje gelijk had ik wel, al was het alleen maar door de blootstelling: elke les op de toneelschool hoorde ik hoe ik overkwam, of het geloofwaardig was wat ik deed, en naast geloofwaardig: spannend, theatraal, origineel, rolvast, karakteristiek, expressief, noem maar op. Hoe ik klonk, keek, bewoog. Wat ik dacht en voelde en wat daarvan te zien was of juist niet. Vier jaar lang. Elke dag opnieuw. En elke dag weer opnieuw beginnen. Daarna de blootstelling aan toeschouwers, critici, regisseurs, collega’s.Er moet iets heel erg leuk zijn aan het vak en het werk van een acteur om dat vol te houden. En dat is zo.

De vrije ruimte

Er is in het repetitielokaal ruimte die ongekend vrij is. Alles is mogelijk. Als je het lokaal goed gebruikt. Gebruikt zoals het bedoeld is: als vrijplaats waar nog niets vast ligt en alles nog mogelijk is en met waardebepaling achteraf.

Fouten anders bekeken

Wie herkent dit niet?

Het rode potlood, de rode pen: de alarmkleur.
Je moest aanzienlijk meer goed dan fout doen om je werk terug te krijgen met iets sierlijks als een krul, een stempel of een plaatje.
We zijn groot geworden met “van fouten kun je leren”, niet zelden vervangen door “van fouten moet je leren.” En als fouten echt gevaarlijk zijn, is het geen slecht plan te focussen op het vermijden ervan. Begrijpelijk dus dat onze hersenen ons gewillig op fouten wijzen.
Maar er zit een grens aan de nuttigheid van de focus op fouten of het vermijden ervan.  Alleen al doordat je alleen maar kan vaststellen dat iets fout is als je weet wat het anders had moeten zijn.

In het repetitielokaal is het rode potlood de doodssteek voor creativiteit, groei en innovatie. Het eind van kapitaliseren op je eigenschappen.

Dus is het fijn om eens wat alternatief repertoire te hebben voor wat kan worden gezien als ‘fout’.

Ik reken alles goed

Het grootste geschenk van het repetitielokaal is dat je zelf de baas bent over wat goed of fout is. Op Twitter schreef iemand “als je altijd dicht bij jezelf blijft, kom je dus nergens”. Het lokaal en ik nodigen uit tot experiment en onderzoek, tot spelen, verkennen en innoveren.
Daar kan niets ‘fout’ in zijn. Het is wat het is.
Achteraf ben je zelf degene die bepaalt wat het je brengt. Wat je vond en nog wilt zoeken. Wat je behoudt en inwisselt. Wat je blij en gelukkig maakt. Wanneer het goed is.

TOFU!

Liked this post? Follow this blog to get more.