Why not

Ik ben Henk, een man van eind 50. Dertig jaar werk ik bij deze organisatie, een B2B dienstverlener. Tegenover me zit mijn manager, die over me zegt: ‘Hij heeft hart voor de zaak, maar hij heeft niet meer het profiel dat we verwachten. Hij is een sterke relatiebeheerder. Wat hij moet leveren is hard selling, maar hij haalt zijn targets niet.’
Als we de simulatie starten en ik de rol aanneem, hoor ik deelnemers onder elkaar zeggen: ‘Dat is hem!’ Mijn manager valt even stil bij mijn transformatie, knikt en gaat dan door. Ze vraagt: ‘Henk, hoe kijk je tegen je werk aan?’
Ik voel hoe de trots op mijn werk, op het netwerk dat ik heb opgebouwd, de krachtige relatie die ik heb met met mijn klanten (ja mijn! klanten) onder druk komt te staan door de verwachting dat ik aan koude acquisitie ga doen. De verwachting dat ik bij mijn dierbare contacten meer ‘volume moet wegzetten’. Ik zie hun gezichten al voor me. De teleurstelling dat ik ook zou zijn overgestapt naar het kamp van leveranciers bij wie omzet voorop staat.
Die rol past mij niet, denk ik. Maar dat zeg ik niet.
Ik zie voor me hoe ik anders op een zijspoor gezet zal worden. Zinloos werk moet doen om mijn tijd vol te maken. Afschalen met het gevoel dat ik dertig jaar niets heb gepresteerd, in plaats van erkenning te krijgen voor alles wat ik voor het bedrijf heb betekend.
‘Hoe zie je de komende tijd voor je? vraagt mij manager.
Ze wil dat ik het ga proberen, maar ik voel dat ze denkt dat ik het niet zal kunnen. Ik weet niet of ik het zou kunnen. Wat ik wel weet is dat ik weinig verlangen voel het te gaan doen, omdat mijn hart ergens anders ligt. En dat lijkt niet meer te mogen.


Dit zijn de kleuren, staat er in de mail van mijn publiciteitscontact bij de uitgever.
Ik staar naar hardgeel, hardoranje en hardroze. Kleuren die straks aan een kledingrek zullen hangen voor de fotoshoot bij een interview over mijn nieuwe boek.
Dat zijn kleuren die ik in de winkel meestal voorbijloop, sputter ik voorzichtig.
Ze hangen aan het moodboard op de redactie, lees ik als antwoord. Het hele nummer komt in die kleuren. Het is het profiel voor het weeknummer.
Als ik de fotostudio binnenkom, hangen ze daar: de felgekleurde outfits. Lampen worden klaargezet. Rollen papier in dezelfde kleur als de kleding zullen dienen als decor. Voorbeeldfoto’s worden me getoond.

Ik heb een boek geschreven maar vandaag moet ik fotomodel zijn.
Die rol past mij niet, denk ik. Maar dat zeg ik niet.
Hoezo moet je je hieraan aanpassen, sputtert mijn introverte zelf. Ik weerleg het gesputter in gedachten: wat maakt het uit, probeer het gewoon, maak plezier. Loes goes model. Why not?
De papieren lopers worden voor me uitgerold. De lichten gaan aan. Er wordt gewapperd met piepschuim om mijn haren in beweging te krijgen.
‘Probeer maar verschillende houdingen uit. Ja kun je je hand iets meer … en je been … En lachen … Ja dat!
Klik. Klik. Klik.

Buiten als ik op straat loop, denk ik terug aan de vrouw in hardgeel, hardroze, hardoranje. Haar make-up heb ik achtergelaten, op wat oogmake-up na. Ik ben haar niet. En toch vond ik haar ergens in mezelf op het moment dat ik haar nodig had. We hadden samen plezier. En ik weet: leuk voor een paar uur, niet voor de rest van mijn leven. En dat was precies wat nodig was.

De manager kijkt me aan. ‘Ik gun hem dat het goed met hem gaat. Tegelijkertijd heb ik iemand nodig die een echte hard-seller is.’
Misschien dat ik het een tijdje zou kunnen, denk ik. Lang genoeg voor wat nodig is? Dat weet ik niet. Als ik mag zijn wie ik ben, met erkenning voor de enorme stretch die ik zou maken als ik het uitprobeer en met waardering voor alles dat ik al goed kan, zou ik er met wat ondersteuning misschien best plezier in kunnen krijgen te ontdekken waar in mezelf die hard-seller zit. Op mijn eigen manier. Binnen mijn eigen kleurenpalet.
Of ik het dan lang genoeg kan om mijn pensioen te halen? Dat weet ik niet. Maar ik kan een poging wagen. Henk goes hard-selling. Why not?

Liked this post? Follow this blog to get more.