I want you to want me

Hij komt in verschillende (televisie)films voor: de scene waarin twee kinderen tijdens de gymles hun team mogen kiezen. De focus ligt dan meestal op de underdog. Het kind dat als laatste gekozen wordt en dat niemand in zijn team wil hebben.

In je leven krijg je talloze malen te maken met selectie. Word je wel of niet toegelaten in een team? Mag je wel of niet op iemands feestje komen? Krijg je wel of niet de nieuwe baan? Is de ander ook verliefd op jou? Speel je in de basis, of zit je als reserve op de bank? Word je wel of niet toegelaten op de opleiding van je dromen? Word je wel of niet geaccepteerd in nieuwe groep collega’s, trainingsdeelnemers, studenten, vrienden, schoonfamilie? Is wat je doet of maakt goed genoeg om in aanmerking te komen voor een betere plek?

De klassieke filmscène van de teamkeuze en de overblijver, maakt veel van de dynamiek duidelijk, die ook in andere selectiesituaties voorkomt:

Er is een plek.
Er zijn mensen die invloed hebben op de invulling van die plek.
En jij bent er, met jouw verlangen de plek in te nemen.

Als je geselecteerd wordt, moet je stevig in je schoenen staan.
“Afwijzing is de ergste emotie,” zei Marcelle Meuleman. Ze gaf intense en intensieve spellessen toen ik op de Arnhemse Toneelschool zat. Ik was een eigenwijze leerling en als ik iets in twijfel kon trekken deed ik dat. Het duurde daarom even voor ik zag wat Marcelle zag en dat was dat zelfs acteurs in een improvisatie er alles aan deden om afwijzing te voorkomen. Om te voorkomen dat ze die emotie moesten doormaken. Zelfs in spel. Terwijl een beetje acteur altijd op zoek is naar wat het grootste drama oplevert.  Afwijzing is zo pijnlijk, daar gaat niemand vrijwillig heen. Ook de acteur moet zichzelf ertoe dwingen.

Je moet stevig in je schoenen staan, omdat je in een krachtenveld terecht komt van je eigen verlangens en je zelfbeeld, en de eisen en oordelen van anderen. Die eisen en oordelen en de onderliggende criteria zijn lang niet altijd helder. Ik moest vier keer selectie doen voor ik werd toegelaten tot de toneelschool. Alle vier de keren had ik geen idee hoe ik mijn beeld van wat acteren was in overeenstemming kon brengen met hoe ‘de toneelschool’ daarover dacht. Stomweg omdat ik niet wist waar ze naar keken en wat ze belangrijk vonden. Over competenties had niemand het toen nog, als ze al geformuleerd konden worden voor acteren.

En zo worstelen we allemaal.
Als de functie waarop je solliciteert ineens toch om andere competenties draait dan je dacht op grond van de vacature. Of als men “wijzer geworden door de sollicitatieprocedure” eigenlijk toch een ander soort vacature heeft dan die waar jij op solliciteerde. Als het team bij nader inzien toch al compleet is. Als de projectgroep al genoeg mensen heeft “zoals jij”. Als de mensen die selecteren zich niet geroepen voelen inzicht te geven in hun beslissing en volstaan met een standaardbrief. Als er niets op je aan te merken is, maar met de andere kandidaat toch “een betere klik” was. (“Trek het je vooral niet persoonlijk aan.”) Als je maar geen aansluiting vindt bij de groep waar je graag bij wil horen en er niet achter komt wat er voor nodig is om het voor elkaar te krijgen. Als je geen grip krijgt op wat je moet doen om die promotie te maken.

Op zoek naar houvast, speur je de signalen af. Als ze snel bellen, dan is het vast goed nieuws. Duurt het toch lang, dan lig je er in ieder geval nog niet uit. Als ze je niet aankijken als je binnenkomt voor de uitslag, is dat vast een slecht teken. Als ze je lachend begroeten dan kunnen ze je toch niet meer afwijzen? Als Ans die functie heeft gekregen, dan moet jij er toch ook voor aangenomen kunnen worden? Als je leidinggevende steeds maar geen tijd heeft voor dat gesprek, ziet hij die promotie zeker niet zitten.

Het is een spanningsveld tussen jou en de anderen. Jij die graag toegang wilt en de anderen die de sleutel hebben. In coaching kom ik regelmatig mensen tegen, die in dat krachtenveld zichzelf dreigen kwijt te raken. Ze zijn zo gefocust op de ander, dat hun referentiepunt over zichzelf (te) ver buiten hen komt te liggen.

Toen ik autorijles had wees de instructrice me op een eigenschap van het stuur: na een bocht naar links of naar rechts, heeft het stuur de neiging automatisch weer naar de middenpositie te gaan. Deze eigenschap kunnen we gebruiken als we geselecteerd worden en in de positie zijn wel of niet gekozen te worden.
Tegenover elk oordeel van een ander, heb je in jezelf een eigen waardering nodig. Niet zozeer om op een compromis uit te komen. Wel om keuzes te kunnen maken in de besturing en niet maar één kant op te kunnen.
Mijn dochter beklaagt zich regelmatig over oordelen van anderen: “Mam, hij zegt dat ik  dom ben.”
Ik vraag: “Ben je dat ook?”
“Nee,” zegt ze. Ze hoeft er niet over na te denken.
Wat maakt dat ze dan toch geraakt is door de uitspraak van de ander? “Ben je dat ook?”: ik nodig haar uit haar stuursysteem naar het midden te brengen, door een tegenwicht aan te brengen in de door-de-bocht-opmerking (van haar broertje natuurlijk). En om vanuit die neutrale positie zelf weer richting te kiezen.

Geselecteerd worden is voeden aan twee kanten.
Je voedt het beeld dat anderen van jou krijgen en bent alert op signalen die je informatie geven of je op de goede weg bent. En je voedt je innerlijke referentiepunt: het antwoord op vragen als wie ben ik, wat wil ik, wat heb ik hiervoor over, hoe belangrijk is dit voor mij.

“Je moet jezelf beeldhouwen in de ruimte,” zei een gastdocente aan de toneelschool. Ze bedoelde daarmee dat je je niet vormeloos verliest in de eindeloze ruimte om je heen, zonder dat je jezelf duidelijk kenschetst. Want dan bepaalt de ruimte jou en krijg je binnen die ruimte geen betekenis. Dat beeldhouwen lukte alleen als ik goed wist wat ik wilde zijn.
Als ik mezelf weer eens speelbal voel van meningen, oordelen of keuzen van anderen, probeer ik dat te doen: mezelf te beeldhouwen. Beeldhouwen in gedrag. Beeldhouwen in motivatie. Beeldhouwen in waar het mij ten diepste om gaat.

Ontwerp je leven.

Liked this post? Follow this blog to get more.