Niet de laatste

27 januari 2020

75 jaar geleden werd Kamp Auschwitz bevrijd.
“Nu de laatste overlevenden nog onder ons zijn, bied ik vandaag namens de regering excuses aan voor het overheidshandelen van toen,” sprak minister-president Rutte (laat, veel te laat) bij de Nationale Auschwitzherdenking in Amsterdam.

Als hij ‘de laatste overlevenden’ zegt, bedoelt hij mensen die zelf in vernietigingskampen hebben gezeten, mensen die zelf de holocaust hebben overleefd.
Maar dat zijn niet de laatste overlevenden.

In deze dagen, zoals altijd als er een periode is waarin gedenktekens en -plaatsen worden bezocht door koninklijke familieleden en/of ambtsdragers, regent het ervaringsverhalen van overleving, ontsnapping, onderduiken, van hulp en verraad.
Zo ook onderstaand verhaal van Ignatz Scheiner over zijn overleven en over zijn kinderen.

Zijn verhaal maakt duidelijk, wat ik dagelijks ontmoet in andere mensen: destructieve ervaringen zijn niet voorbij als de ervaringsdragers er niet meer zijn. De destructie sijpelt door generaties heen in de structuren van nieuwe situaties en interacties. Het vraagt strijd, onderduiken, ontsnappen, hulp van verraad onderscheiden, overleven om je daartoe te verhouden en het niet-destructieve op het leven terug te veroveren.

Het vraagt van elk mens het vermogen en de inspanning de ander niet alleen op face value te bekijken en te weten dat zich achter menige expressie een wereld bevindt van fijnmazige erfenissen die we niet konden weigeren.

Liked this post? Follow this blog to get more.