Heb jij nog een beetje werk?

Betalen of stilstaan?

“Hoe is het? Heb jij nog een beetje werk of…?”
Een veel gestelde vraag tussen ZZP’ers.

Mijn antwoord gedurende deze crisisjaren was: “Ja ik heb nog werk.”
Afkloppen, een toelichting geven. Het zijn reflexen om de ZZP-collega in kwestie niet het gevoel te geven dat hij of zij iets verkeerds doet, en mezelf moed in te spreken.
Later ga ik bij mezelf na wat me heeft geholpen de werkzaamheden te hebben die ik nu heb en ik kan alleen maar concluderen dat ik nu vruchten pluk van dingen die ik jaren geleden al heb gedaan of in gang heb gezet. Daar hoort van alles bij: opleidingen en workshops waarvan ik niet wist of ik er daarna iets mee kon doen, bijeenkomsten, tijd en moeite die ik heb gestoken in allerlei onbetaalde bijeenkomsten, ontmoetingen en werksessies, klussen die ik heb gedaan waarvan een aantal met twijfels over vorm en inhoud. In de meeste gevallen leverde het niet direct (nieuw) werk op. In vrijwel alle gevallen leverde het wel nieuwe contacten op, een nieuwe netwerk, een nieuw platform waar ik mezelf zichtbaar kon maken.
Mensen die me nu weten te vinden.

Lijfspreuk voor een (trainings)acteur. En voor iedereen op de huidige arbeidsmarkt?

De geluiden over crisis, dat alles gaat veranderen, dat alles minder wordt, houden hardnekkig aan. Geen idee wat me te wachten staat.
Als ZZP’er heb ik, zoals dat alom wordt geadviseerd, een buffer opgebouwd voor ‘mindere tijden’. Laatst dacht ik: is dat geld dan om te bewaren tot het moment dat ik geen nieuw inkomen heb, of moet ik juist anticiperen en het geld gebruiken om uit te geven om mijn kansen op werk te vergroten? Kansen. Geen garanties. En ik bedacht, terugkijkend, dat ik dat laatste dus al die tijd heb gedaan. Moet ik dat blijven doen? Of is er nu zoiets wezenlijk anders aan de hand dat ik op mijn geld moet gaan zitten?

Stilstaan. Wachten tot het ergste voorbij is. Ik ben er niet goed in. Ik weet niet of ik het zal kunnen. Of willen. Misschien ga ik het wel willen als ik overtuigd raak dat het nodig is, en dat het echt werkt.

Op dit moment mis ik die nog, de overtuiging dat ik er het beste aan doe om niets meer uit te geven.
En daarom ga ik door op de ingeslagen weg:
– ik investeer met een collega in een boek, dat we samen schrijven: de schrijfuren, de eindredactie, de vormgeving, de druk, de lancering. Of het ooit gekocht en gelezen gaat worden? Ik denk het wel; of het voldoende zal zijn om uit de kosten te komen, weet ik niet.
– ik besteed vele uren met een groepje vakgenoten om een nieuw product van de grond te krijgen. Of het er ooit zal komen en of het zijn weg naar gebruikers zal vinden? Geen idee, we zijn nog hard aan het werk om daar meer zicht op te krijgen.
– in het najaar start ik met een opleiding, waar ik heel veel zin in heb. Om iets te kunnen doen voor ouderen met dementie en de mensen die hen verzorgen. Of ik daar werk in zal krijgen? Ik weet het niet. Ik zie het zo voor me, in mijn verbeelding, en ik kan het goed uitleggen. Of het echt van de grond komt, ontdek ik later.

Op één manier betalen deze investeringen zich sowieso terug: ik vind het leuk om te doen, het houdt me wakker, levend en ik leer er veel van. Het is een investering in wie ik ben en wie ik ben maakt een groot deel uit van wat mijn werk is, van wat ik meebreng in het werk dat ik lever.

Begin dit jaar kwam ik een collega-acteur tegen, die ik ken van de toneelschool, eind jaren tachtig. Hij is een van de weinige acteurs die sinds zijn afstuderen een vaste baan heeft bij een theatergezelschap. Toen ik hem ontmoette, dit jaar, vertelde hij dat de subsidie waarschijnlijk wordt stopgezet. Hij keek me aan alsof hij het nog niet echt kon geloven.
“Ik moet gaan denken hoe ik straks werk ga krijgen,” zei hij.
Ik luisterde. En dacht dat die gedachte bij mijn leven van alledag hoort: hoe ik straks werk ga krijgen. En ik bedacht dat deze gedachte jaren te laat bij hem was opgekomen en dat hij toen al, toen alles nog voor de eeuwigheid leek, bezig had moeten zijn met meer zijn dan met alleen zijn werk van dat moment. Meer dan die speler in dat ene stuk. Hij had zich bezig moeten houden met speler te zijn in zijn eigen leven. Zijn rol vormgeven, verdiepen, verbreden. Een speler op de arbeidsmarkt worden, die op een andere plek in het werkveld kan spelen als dat nodig is, zonder verlies aan spelplezier: er is nog zoveel te doen en te beleven. Daar moet een plek voor iedereen tussen zitten.

Als ik het schrijven van dit stuk onderbreek om de post uit de brievenbus te halen, vind ik daar twee blauwe enveloppen. En dapper zeg ik tegen mezelf dat ik blij mag zijn dat ik deze belastingen en premies mag betalen. Dat betekent dat ik afgelopen jaar niet heb stilgestaan.

Liked this post? Follow this blog to get more. 

9 thoughts on “Heb jij nog een beetje werk?”

  1. Toen ik je blogstukje zo las dacht ik gelijk ‘dat is nou wat men noemt anticiperen’… en er zijn mensen die dat doen zonder er echt bij stil te staan, en dan zijn er mensen die eerst in een bepaalde situatie moeten verzeild geraken voor ze verder denken dan hun neus lang is. Jij behoort overduidelijk tot de eerste groep… echt super en ik hoop dat je daar in de toekomst de vruchten mag van plukken @->–

  2. Ik moet aan atletiek denken. Als ik je blog nog eens lees.

    Jij bent die meerkampster. Talent voor meerdere onderdelen. Beter: jezelf geschikt gemaakt. Jouw investering associeer ik met al die trainingen. Die mentale momenten. De investeringen en ontberingen die wij niet zien. De achteloze kijker. Naar die meerkamp. Die zich soms afvraagt waar iemand die prestaties toch vandaan haalt.

    Jij weet het. En laat het hier zien. Investeren. Tijden achtereen. Voor dat moment. Dat komt. Of niet. En daar niet onrustig van worden. Blijven investeren. Blijven ontwikkelen. Ontwerp je leven is geen slogan op je site. Dat is wie jij bent!

    Realiseer je wel dat niet iedereen Loes is. Niet iedereen kan die meerkamp aan. Sommigen lopen jarenlang hetzelfde 800m rondje. Met nauwelijks nog persoonlijke records. En ook die blijven investeren. Want dat record. Toch gewenst. Komt er. Die hoop levend houden. Is dan doel op zich geworden.

    Totdat iemand niet meer mee mag doen. Limiet niet gehaald. Einde atletiek. Oeps.
    Ach. Ik weet het niet. Ik ben loonslaaf. En gelukkig in die rol. Ondernemerschap kan ik niet. Wil ik niet. Mijn werkelijkheid. In die zin snap ik die collega acteur wel. Hoe pijnlijk ook. Ook voor mij. Die spiegel krijg ik van je. Dank daarvoor.

  3. Steven, dank voor je reactie, die weer stof biedt tot verdere reflectie.
    Ik zie mezelf niet als een topsporter, diegene die prestaties levert, maar ja, ik zie mezelf niet, dus ik weet niet hoe anderen ertegenaan kijken. Het zou kunnen dat er meer zijn die het zien zoals jij. Ik vind het in ieder geval een mooi compliment dat “ontwerp je leven” niet zomaar een slogan van me is, maar is wie ik ben. Zo zie en voel ik het graag
    Mijn bedoeling was het niet om de indruk te wekken dat iedereen topprestaties moet leveren of meerkamper moet zijn of worden. (En dat ik dat dan de gewoonste zaak van de wereld zou vinden). Zelfs niet dat iedereen ondernemer moet worden.
    Ik pleit er wel voor dat iedereen op zijn/haar eigen manier ondernemeND wordt. Niet omdat ik vind dat het moet, maar omdat ik in mijn werk binnen al die verschillende organisaties heb gezien dat de tijd dat je jarenlang op één plek kon zitten voorbij is. Niet alleen voor mij. Ik denk dat het goed is om jezelf als ‘je eigen materiaal’ te zien. En dus goed met jezelf om te gaan. Niet alleen te geven en te investeren in een werkgever of organisatie voor wie of waarvoor je werkt, maar ook in jezelf. Want het kan verkeren. Of je nu loonslaaf bent of niet. Met ontberingen, investeringen en al… en zonder medailles. De grote prijs aan het eind is dat je hebt gedaan wat je kon en wat nodig was.
    Zoiets.

  4. Heel herkenbaar allemaal, aldus een collega ZZP-er (sinds 15 jaar). Investeren in jezelf, je eigen ontwikkeling, je mogelijkheden, de innerlijke drijveren daarin volgen en het ook vertalen en zichtbaar maken voor anderen. Gecommiteerd zijn aan wat je doet, wie je wilt zijn, wat je wilt en kunt betekenen voor (de ontwikkeling van) anderen. De sleutel tot dat alles is in mijn ogen ‘vertrouwen’…
    Ik ben het voor mezelf ‘n roeping gaan noemen…i.p.v. ‘n beroep. En voor zover ik jou volg in wat je doet en zegt, zie ik dat ook bij jou terug…gedrevenheid van binnenuit. Daar kan geen crisis tegenop!

  5. Beste Loes, is het wellicht ook zo dat er teveel mensen opgeleid worden tot acteur? Het aanbod is enorm. Of zie jij dat anders? Had je achteraf wellicht een andere studie willen doen?
    Groeten,
    Tallladybarbara

  6. Hallo Barbara, dank voor je reactie. Onderwijs is vrij in Nederland. Dat is het antwoord dat ik kreeg, jaren geleden, toen ik bij de vakbond aankaartte dat er steeds meer opleidingen voor acteurs bijkwamen (naast de 3 toneelscholen Amsterdam, Maastricht, Arnhem) en dat er aan de ‘afzetkant’ niets tot weinig gebeurde. In de wereld van de kunstopleidingen wordt niet gekozen voor studentenstops, zoals dat bv. met de medicijnstudies gebeurt. Dus wie de studie graag wil doen, kan hem doen (laten we de pittige toelatingseisen, althans voor de 3 scholen die ik net noemde, niet vergeten). En ook zonder studie kun je je op de acteurs(m/v)markt begeven.
    Moeilijke vraag of er teveel mensen worden opgeleid tot acteur. De mogelijkheid is er, mensen kiezen ervoor, en niet iedereen krijgt werk. Heb je de keuze gemaakt en heb je moeite om aan het werk te komen, dan moet je ook daar je creativiteit gaan inzetten, denk ik. Ik zie het vele collega’s doen, en dat maak ik met veel plezier mee. Dat heeft ook geleid tot veel meer toepassingen van de theatrale kunsten dan uitsluitend op het podium of op het witte doek.
    Een echt antwoord heb ik niet, geloof ik, al schrijvend, ik zie alleen wat er gebeurt en daar vind ik wel wat van, als het gaat om nemen van verantwoordelijkheid door alle betrokkenen.
    En nee, ik had achteraf geen andere studie willen doen. Spelen is mijn grote liefde en van al het werk dat ik doe is dat het laatste dat ik zou willen opgeven. Neemt niet weg dat ik steeds blijf bewegen. Want spelen gebeurt niet alleen op een podium of voor een camera. En dat vind ik een mooie uitkomst van mijn zoektocht na mijn opleiding.

  7. Beste Loes,
    Begin jaren negentig heb ik ook auditie gedaan in Arnhem. Jij was toen bezig met de opnames van ‘Bij nader inzien’, als ik me niet vergis. Helaas afgewezen, maar ben je altijd blijven volgen. Ik vind je een hele goeie, introverte actrice. Vooral op de vierkante milimeter acterend. Leuk om via deze weg heel even contact met je te hebben. Een soort fanmail dus, eigenlijk :). En inderdaad is het maar goed dat je gewoon je hart hebt gevolgd en actrice bent geworden. Ik ben nu stemacteur, naast mijn andere werk. Voor mij klopt dat ook helemaal 😉
    Groeten,
    Barbara

  8. Barbara, wat lief. Leuk om te horen.
    Je weet dus hoe pittig het is om op zo’n toneelschool te komen – jammer dat het niet gelukt is destijds, – ik heb zelf 4x auditie gedaan voor ik werd aangenomen… (1xAmsterdam 1xMaastricht 2xArnhem). Daar had mijn introvertie zeker mee te maken. Mooi om van jou daar nu juist een compliment over te horen.
    Fijn dat je jouw plek hebt gevonden. (Stemacteren – daar kom ik nu juist weer helemaal niet binnen, al heb ik dat regelmatig geprobeerd). Wens je heel veel succes. Hartelijke groet, Loes

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *